ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7110
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht voor partner op grond van EU-recht wegens onvoldoende duurzaam verblijf in lidstaat
Eiser, een vreemdeling van Tunesische nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, gebaseerd op het EU-recht vanwege zijn relatie met een Nederlandse partner die eerder in Griekenland verbleef. De rechtbank concludeerde dat het kortdurende verblijf van eiser en zijn partner op Kreta in 2008, dat plaatsvond als vakantie en op grond van artikel 6 van Pro de verblijfsrichtlijn, onvoldoende aanknopingspunten biedt voor toepassing van het EU-recht op hun huidige situatie in Nederland.
De rechtbank overwoog dat eiser en zijn partner niet gehuwd waren ten tijde van het besluit, waardoor eiser niet onder de definitie van familielid volgens artikel 2 van Pro de verblijfsrichtlijn viel, maar wel als partner met een duurzame relatie onder artikel 3. Verweerder erkende de duurzame relatie, maar stelde dat het EU-recht niet van toepassing is omdat de partner sinds 2005 haar hoofdverblijf in Nederland heeft en het eerdere verblijf op Kreta onvoldoende verband houdt met de huidige situatie.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser, onder meer omdat het kortdurende verblijf op Kreta niet kwalificeert als een situatie waarin het EU-recht bescherming biedt, zoals vereist door vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU. Ook werd geoordeeld dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet slaagt omdat het hier een zuiver interne situatie betreft buiten het toepassingsgebied van het EU-recht. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen omdat de rechtbank op het beroep zelf heeft beslist.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waarmee het besluit van verweerder tot weigering van het verblijfsdocument in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waardoor de weigering van het verblijfsdocument in stand blijft.