ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7436
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- S. Verheijen
- D.A. Schreuder
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot openbaarmaking opdrachtgever onderzoek financiële gegevens eiser
In deze civiele procedure vordert eiser de openbaarmaking van de identiteit van degene die aan gedaagde sub 3 opdracht heeft gegeven om onderzoek te doen naar zijn financiële gegevens. De rechtbank verwijst naar eerdere tussenvonnissen en processtukken waarin de procedure is toegelicht.
Gedaagde sub 3 heeft in een akte erkend dat hij de opdrachtgever was van gedaagde sub 1 voor het onderzoek, en heeft de naam genoemd van degene die volgens hem de opdrachtgever was, namelijk [bedrijf X.]. Eiser betwist de juistheid van deze opgave en acht de eerdere verklaringen van gedaagde sub 3 ongeloofwaardig.
De rechtbank oordeelt dat nu gedaagde sub 3 de naam van de vermeende opdrachtgever heeft genoemd, een nader onderzoek door een deskundige niet langer nodig is. De primaire vordering tegen gedaagde sub 3 wordt toegewezen, waarbij gedaagde sub 3 wordt veroordeeld tot openbaarmaking van de identiteit binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, onder dreiging van een dwangsom van € 2.500 per dag, gemaximeerd op € 100.000.
Tegen gedaagden 1 en 2 wordt de vordering afgewezen, nu zij reeds eerder de naam van gedaagde sub 3 als opdrachtgever hebben genoemd en eiser geen belang meer heeft bij de vordering tegen hen. De proceskosten worden toegewezen aan eiser tegen gedaagde sub 3 en gecompenseerd tussen eiser en gedaagden 1 en 2.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en bij niet-nakoming van de veroordeling verbeurt gedaagde sub 3 een dwangsom.
Uitkomst: Gedaagde sub 3 wordt veroordeeld tot openbaarmaking van de identiteit van de opdrachtgever binnen veertien dagen, onder dreiging van een dwangsom.