ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7499
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting grensdetentie van minderjarig gezin in DTC Rotterdam
Een gezin van asielzoekers, bestaande uit vader, moeder en drie minderjarige kinderen, verbleef na afwijzing van hun asielaanvragen in het Detentiecentrum (DTC) Rotterdam. Hoewel het centrum enige aanpassingen voor minderjarigen kende, bevatte het onmiskenbare penitentiaire elementen. De rechtbank stelde vast dat de detentie langer dan de door verweerder gehanteerde maximale termijn van twee weken duurde en dat de duur niet voorzienbaar was.
De rechtbank overwoog dat de voortzetting van de detentie niet te goeder trouw was genomen, mede omdat verweerder niet had onderzocht of er alternatieven waren voor detentie, vooral gezien de leeftijd van de kinderen. Het verblijf in het DTC Rotterdam werd als willekeurig beoordeeld in strijd met artikel 5 lid 1 onder Pro f EVRM.
De rechtbank oordeelde dat de detentie van de minderjarige kinderen onrechtmatig was en kende een schadevergoeding toe van € 50 per dag dat zij ten onrechte waren vastgehouden, totaal € 3150. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten. De beroepen van de ouders werden ongegrond verklaard, de beroepen van de minderjarige kinderen gegrond.
De uitspraak benadrukt het belang van een korte, voorzienbare detentieduur en passende verblijfomstandigheden voor minderjarige vreemdelingen, conform internationale verdragen en jurisprudentie van het EHRM.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van de minderjarige kinderen gegrond wegens onrechtmatige voortzetting van hun detentie en kent schadevergoeding toe.