ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7882
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij asielverzoeken na verlening verblijfsvergunning
Eisers, beiden van Turkse nationaliteit, dienden in januari 2001 verzoeken in tot heroverweging van afgewezen asielaanvragen. De minister wees deze verzoeken in september 2008 af, waarna eisers beroep instelden. Tijdens de procedure ontvingen eisers in juli 2010 een verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank overweegt dat vernietiging van de bestreden besluiten leidt tot hernieuwde besluitvorming, maar dat artikel 30 Vreemdelingenwet Pro 2000 aan toewijzing in de weg staat zolang eisers een verblijfsvergunning bezitten. Hierdoor ontbreekt procesbelang bij inhoudelijke beoordeling van het beroep. Eisers kunnen pas belang hebben als de verleende vergunningen worden ingetrokken of niet worden verlengd.
Eisers stelden dat zij bij een nieuw besluit een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd zouden krijgen, maar de rechtbank volgt dit niet. Wel erkent de rechtbank dat eisers belang hebben bij beoordeling van de klacht over overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft bepaald dat een termijn van maximaal vier jaar redelijk is, exclusief de bestuursrechtelijke voorprocedure.
Nu eisers alleen klaagden over de duur van de procedure bij de minister en niet over de bestuursrechtelijke voorprocedure, is er geen overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Beroepen niet-ontvankelijk verklaard en verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.