ECLI:NL:RBSGR:2010:BO8068
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanhouding procedure legesheffing langdurig ingezetene in afwachting van uitspraak Hof van Justitie
Eiser, houder van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met de beperking “EG-langdurig ingezetene”, betwist de leges van €401 die verweerder heeft geheven bij de aanvraag van deze vergunning. Eiser stelt dat deze leges onevenredig hoog zijn en in strijd met Richtlijn 2003/109/EG, die de juridische status van langdurig ingezetenen van derde landen moet harmoniseren met die van EU-burgers.
Verweerder verdedigt het legesbedrag als een redelijke vergoeding voor de gemaakte kosten en wijst op de wettelijke grondslag in artikel 3.34g van het Voorschrift Vreemdelingen 2000. De rechtbank overweegt dat de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Nederland heeft gestart vanwege de hoge leges, die mogelijk een belemmering vormen voor het verblijfsrecht van langdurig ingezetenen.
De rechtbank verwijst naar het arrest Sahin van het Hof van Justitie waarin is geoordeeld dat leges voor Turkse staatsburgers niet onevenredig mogen zijn ten opzichte van die voor EU-burgers. Gezien deze jurisprudentie en de lopende inbreukprocedure acht de rechtbank het passend de behandeling van het beroep te schorsen en verdere beslissing aan te houden totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan.
Uitkomst: De rechtbank schorst de behandeling en houdt verdere beslissing aan in afwachting van het oordeel van het Hof van Justitie.