ECLI:NL:RBSGR:2010:BO8362
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Span-Henkens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na verlenging verblijfsvergunning wegens medische noodsituatie
Eiseres vroeg verlenging van haar verblijfsvergunning wegens medische noodsituatie, welke aanvankelijk op 3 maart 2009 werd afgewezen. Na bezwaar werd de vergunning alsnog verlengd. Eiseres vorderde vervolgens materiële en immateriële schadevergoeding wegens onrust en frustratie door het primaire besluit. Verweerder wees dit verzoek af, stellende dat vergoeding van proceskosten exclusief via artikel 7:15 Awb Pro kan plaatsvinden en dat geen aantasting van de persoon in de zin van artikel 6:106 BW Pro was gebleken.
De rechtbank overwoog dat het verzoek om vergoeding van proceskosten niet tijdig was ingediend en dat de regeling exclusief is. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat haar privéleven ernstig was aangetast. De gevoelens van frustratie en onrust waren onvoldoende voor immateriële schadevergoeding. Ook verwees de rechtbank naar jurisprudentie van het EHRM en de Afdeling bestuursrechtspraak die niet van toepassing waren op de situatie van eiseres.
De rechtbank concludeerde dat het schadeverzoek terecht was afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Span-Henkens op 22 december 2010.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.