ECLI:NL:RBSGR:2010:BO8407
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt disproportionaliteit blijvend onthouden verblijfsvergunning na tien jaar
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende vreemdeling, verbleef sinds 1998 in Nederland en vroeg meerdere keren een verblijfsvergunning aan. Verweerder wees deze aanvragen af vanwege de tegenwerping van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, waarin ernstige redenen bestaan om aan te nemen dat eiser betrokken was bij ernstige misdrijven.
De rechtbank bevestigde dat de tegenwerping van artikel 1(F) terecht werd toegepast, ondanks betwisting door eiser over de juistheid van het algemeen ambtsbericht en aanvullende documenten. Wel oordeelde de rechtbank dat het blijvend onthouden van een verblijfsvergunning disproportioneel is indien deze weigering meer dan tien jaar duurt, zoals in dit geval.
Hoewel eiser succesvol betoogde dat de disproportionaliteit aanwezig was, leidde dit niet tot toewijzing van het beroep. De rechtbank stelde dat verweerder de vreemdeling kan uitnodigen een reguliere verblijfsvergunning aan te vragen onder artikel 3.4 lid 3 van het Vreemdelingenbesluit 2000, die niet samenhangt met asielbescherming maar met de schrijnendheid van de situatie.
De rechtbank concludeerde dat de resttoets, waaronder de beoordeling van artikel 3 EVRM Pro en disproportionaliteit, niet in een asielprocedure maar in een reguliere procedure moet plaatsvinden. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten; eiser kan een reguliere verblijfsvergunning aanvragen.