ECLI:NL:RBSGR:2010:BO8572
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting bewaring vreemdeling en zicht op uitzetting naar Guinee
Eiser, een vreemdeling van Guinese nationaliteit, is op 8 juni 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat de bewaring niet onrechtmatig is en beoordeelt thans of de voortzetting van de bewaring nog steeds gerechtvaardigd is.
De autoriteiten van Guinee hebben de aanvraag voor een laissez passer in onderzoek genomen, ondanks het ontbreken van identiteitsdocumenten. De rechtbank verwijst naar een vergelijkbare uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd geoordeeld dat zicht op uitzetting naar Guinee niet ontbreekt. De rechtbank constateert dat eiser onvoldoende actief meewerkt aan zijn uitzetting, onder meer doordat hij niet bereid is contact op te nemen met de Guinese ambassade.
Hoewel het voorgenomen overleg tussen de Dienst Terugkeer & Vertrek en de Guinese ambassadeur nog niet heeft plaatsgevonden, is dit niet te wijten aan verweerder. De rechtbank acht de duur van de bewaring van ruim zes maanden nog gerechtvaardigd gezien het belang van uitzetting en het gebrek aan volledige medewerking van eiser.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter N.A. Vlietstra en griffier R. de Boer op 23 december 2010.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af, waarbij de bewaring wordt voortgezet.