ECLI:NL:RVS:2010:BO5973
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen inbewaringstelling vreemdeling wegens verblijf zonder rechtmatige titel
De vreemdeling werd op 2 september 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens verblijf zonder rechtmatige titel en het niet naleven van zijn vertrektermijn. De rechtbank had de bewaring op 15 september 2010 opgeheven en een schadevergoeding toegekend, omdat de mededeling over overbrenging naar een plaats voor verhoor te laat zou zijn uitgereikt.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de mededeling inderdaad te laat was uitgereikt, maar dat dit gebrek niet tot onrechtmatigheid van de inbewaringstelling leidt, omdat de belangen van de overheid in redelijke verhouding staan tot het gebrek en de daardoor geschonden belangen.
Verder werd overwogen dat de vreemdeling geen identiteitspapieren heeft, ongewenst is verklaard en niet meewerkt aan zijn uitzetting. Hoewel de vreemdeling het onderzoek naar zijn identiteit frustreert, bestaat er zicht op uitzetting naar Guinee, mede door recente afspraken en verstrekte laissez passer.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.