ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9225
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens onvoldoende aanwijzingen voor partijdigheid rechter
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter, stellende dat het beginsel van behoorlijk hoor- en wederhoor was geschonden tijdens de comparitie. Tevens werd aangevoerd dat de rechter een voorlopig oordeel had gegeven dat in het nadeel van verzoeker was, wat zou duiden op vooringenomenheid.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker en zijn raadsman tijdens de comparitie voldoende gelegenheid hadden gekregen om de door eiseres ingediende producties te bestuderen en daarop te reageren. Het verzoek tot wraking was tijdig ingediend gezien de omstandigheden rondom de wisseling van advocaat.
De rechtbank stelde dat er geen objectieve feiten of omstandigheden waren die een gegronde vrees voor partijdigheid van de rechter rechtvaardigden. Ook het uitspreken van een voorlopig oordeel tijdens de comparitie werd niet als aanwijzing voor vooringenomenheid gezien.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van aanwijzingen voor partijdigheid.