ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9309
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter afgewezen wegens niet-tijdigheid en gebrek aan schijn van partijdigheid
Verzoekers, ouders van drie minderjarige kinderen onder toezicht van Bureau Jeugdzorg (BJZ), dienden een verzoek tot wraking in tegen de behandelend rechter mr. [X]. Zij stelden dat de rechter een schijn van partijdigheid had gewekt door zijn houding tijdens eerdere zittingen en zijn vertrouwen in de gezinsvoogd uit te spreken.
De wrakingskamer beoordeelde of het verzoek tijdig was ingediend nadat de feiten en omstandigheden aan verzoekers bekend waren geworden. Het verzoek met betrekking tot de zitting van 26 juli 2010 was niet tijdig, aangezien het pas op 28 september 2010 werd gedaan na een eindoordeel in die zaak. Ook het wrakingsverzoek over de zitting van 28 september 2010 was niet tijdig, omdat dit pas in oktober werd aangevoerd.
Daarnaast oordeelde de wrakingskamer dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor partijdigheid of gebrek aan onafhankelijkheid van de rechter. De opmerkingen van de rechter over de gezinsvoogd en het belang van samenwerking werden niet als partijdig beschouwd.
De rechtbank verklaarde verzoekers niet-ontvankelijk in hun wrakingsverzoek en bepaalde dat de hoofdzaak in de stand wordt voortgezet zoals die was bij het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van verzoekers tegen de behandelend rechter is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening en gebrek aan schijn van partijdigheid.