ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9776
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring vreemdeling zonder terugkeerbesluit na inwerkingtreding Terugkeerrichtlijn
Eiser, een onderdaan van een derde land, werd op 15 juli 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel van bewaring duurde voort en werd door eiser aangevochten. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de bewaring aan de Terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG), die sinds 25 december 2010 directe werking heeft, ondanks het ontbreken van nationale implementatie.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring alleen gerechtvaardigd kan zijn indien zij is opgelegd ter voorbereiding van terugkeer of uitvoering van een terugkeerbesluit, conform artikel 15 van Pro de Terugkeerrichtlijn. In deze zaak ontbrak een terugkeerbesluit en konden de gronden voor bewaring die verweerder aanvoerde (ongewenstverklaring en veroordeling) niet worden gehanteerd, omdat deze gebaseerd waren op openbare orde en nationale veiligheid, wat na 25 december 2010 niet meer als grond mag dienen.
De enige overblijvende grond, het ontbreken van een identiteitspapier, werd onvoldoende gemotiveerd als reden voor vermoeden van ontwijking van verwijdering. Hierdoor was de bewaring onrechtmatig vanaf 25 december 2010. De rechtbank beveelt de opheffing van de bewaring per 30 december 2010 en kent eiser een schadevergoeding toe van €400 voor vijf dagen onrechtmatige bewaring. Tevens worden proceskosten van €874 aan eiser toegekend.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig vanaf 25 december 2010, opgeheven per 30 december 2010, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.