ECLI:NL:RBSGR:2010:BP0101
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omkering bewijslast en matiging vergrijpboete loonbelasting schoonmaakbedrijf
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een exploitant van een schoonmaakbedrijf tegen een naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen over 2002-2003 en een vergrijpboete van 50% van de nageheven belasting. Verweerder had de aanslag en boete gehandhaafd na een boekenonderzoek en derdenonderzoek waarbij ernstige tekortkomingen in de administratie werden vastgesteld, waaronder het ontbreken van urenstaten en onduidelijkheden in kasadministratie.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan zijn administratieplicht ex artikel 52 AWR Pro, waardoor de bewijslast terecht werd omgekeerd op grond van artikel 25 AWR Pro. De door verweerder gemaakte schatting van de verschuldigde loonheffing werd als redelijk beoordeeld. Eisers stellingen dat hogere tarieven werden gehanteerd voor gespecialiseerd schoonmaakwerk werden niet aannemelijk geacht.
Ten aanzien van de vergrijpboete stelde de rechtbank vast dat eiser willens en wetens de kans aanvaardde dat te weinig loonheffing werd afgedragen. De boete werd echter gematigd van 50% naar 35% vanwege de omkering van de bewijslast. Verder werd de boete met 15% verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep tegen de naheffingsaanslag werd ongegrond verklaard, het beroep tegen de boete gegrond. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt gehandhaafd, de vergrijpboete wordt gematigd tot €94.786 en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.