ECLI:NL:RBSGR:2010:BP0865
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens niet-toepassen lichter middel bij illegale vreemdeling
Eiser, een illegaal verblijvende vreemdeling zonder vaste woon- of verblijfplaats, werd op 20 december 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze vrijheidsontnemende maatregel en voerde aan dat de Terugkeerrichtlijn 2008/115/EG, die nog niet was geïmplementeerd maar wel rechtstreekse werking heeft, vereist dat eerst wordt gekeken naar minder dwingende maatregelen dan bewaring. Eiser stelde dat hij niet eerder met justitie in aanraking was geweest, geen bedreiging vormde en bereid was zich aan beperkende maatregelen te onderwerpen.
Verweerder erkende dat de richtlijn niet was geïmplementeerd, maar stelde dat de nationale wetgeving en het beleid voldoende criteria boden om bewaring te rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat de gronden voor bewaring tot 24 december 2010, zoals het ontbreken van identiteitsbewijs en vaste verblijfplaats, voldoende waren. Echter, vanaf 25 december 2010, toen de richtlijn rechtstreekse werking kreeg, had verweerder moeten nagaan of een lichter middel toepasbaar was.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel, zoals een beperkende maatregel op grond van artikel 56 Vw Pro 2000, niet kon worden toegepast. Gezien het ontbreken van eerdere justitiële contacten en het ontbreken van een bedreiging voor de openbare orde, was bewaring disproportioneel. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval onmiddellijke opheffing van de bewaring en kende eiser een schadevergoeding toe van €400,-- en proceskosten van €874,--.
Uitkomst: Bewaring onrechtmatig; onmiddellijke opheffing en schadevergoeding toegekend.