ECLI:NL:RVS:2011:BQ3797
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling terughoudende rechterlijke toets bij vreemdelingenbewaring en toepassing richtlijn 2008/115/EG
De zaak betreft hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die de inbewaringstelling van een vreemdeling onrechtmatig achtte vanwege onvoldoende terughoudende toets door de rechter over de toepassing van een lichter middel dan bewaring.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat de richtlijn 2008/115/EG geen expliciete norm geeft over de mate van rechterlijke toetsing, maar dat uit vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt dat lidstaten binnen hun interne rechtsorde de procedurele regels mogen bepalen mits doeltreffende rechtsbescherming wordt gewaarborgd. De rechter dient terughoudend te zijn bij de beoordeling of een minder dwingende maatregel dan bewaring afdoende is.
De rechtbank had ten onrechte haar eigen oordeel gesteld in plaats van terughoudend te toetsen of de minister terecht geen lichter middel toepaste. De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af.
De Afdeling benadrukt dat de minister zich op het standpunt mocht stellen dat geen andere afdoende maar minder dwingende maatregelen dan bewaring konden worden toegepast, gelet op de feiten dat de vreemdeling zich niet meldde, geen vaste verblijfplaats had en de terugkeer ontweek. De Afdeling bevestigt hiermee het belang van proportionaliteit en subsidiariteit bij vreemdelingenbewaring en de terughoudende toets van de rechter.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard met afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.