ECLI:NL:RBSGR:2010:BP0973
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM wegens onvoldoende belangenafweging
Eiseres, sinds 1997 in Nederland verblijvend en moeder van een in Nederland geboren zoon, verzocht om een reguliere verblijfsvergunning op grond van het recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en stelde dat de situatie van eiseres geen bijzondere omstandigheden bevatte die een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet alle relevante feiten en omstandigheden, zoals de leeftijd van eiseres bij binnenkomst, het doel van haar komst, de lange verblijfsduur en het feit dat zij met medeweten van de autoriteiten verbleef, kenbaar had betrokken in de belangenafweging. Hierdoor ontbrak het aan een kenbare en toereikende motivering.
Gelet op de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens moet een 'fair balance' worden gevonden tussen het belang van eiseres en haar zoon en het algemeen belang van Nederland bij een restrictief toelatingsbeleid. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het niet betrekken van relevante feiten.