ECLI:NL:RBSGR:2010:BP6970
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over grensoverschrijdende inbreukverboden en bevoegdheid in Europese octrooizaken
In deze incidentprocedure binnen een lopende bodemzaak tussen Solvay S.A. en Honeywell c.s. staat de vraag centraal of en onder welke voorwaarden een Nederlands gerecht bevoegd is om voorlopige voorzieningen te treffen, zoals grensoverschrijdende inbreukverboden, met betrekking tot Europese octrooien die gelden in meerdere lidstaten.
De rechtbank overweegt dat meerdere vennootschappen uit verschillende lidstaten afzonderlijk worden beschuldigd van inbreuk op hetzelfde Europese octrooi in diverse landen. Dit roept de vraag op of dit kan leiden tot onverenigbare beslissingen door verschillende nationale rechters, en hoe dit begrip moet worden uitgelegd in het kader van artikel 6 (1) van de EEX-Verordening.
Daarnaast worden prejudiciële vragen geformuleerd over de toepassing van artikel 22 (4) EEX-Vo bij voorlopige voorzieningen wanneer een nietigheidsverweer wordt gevoerd tegen het ingeroepen octrooi, en de mogelijke rol van artikel 31 EEX Pro-Vo bij het bepalen van de bevoegdheid van de rechter. De rechtbank vraagt het HvJ EU om duidelijkheid over deze complexe bevoegdheidsvraagstukken.
De rechtbank houdt verdere beslissing aan en verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Unie om uitspraak over de geformuleerde prejudiciële vragen.
Uitkomst: De rechtbank verzoekt het HvJ EU prejudiciële vragen en houdt verdere beslissing aan.