ECLI:NL:RBSGR:2010:BP8520
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatie wegens langdurige vluchtvertraging op grond van EU-verordening
Eisers, als wettelijk vertegenwoordigers van hun zoon, vorderen compensatie van ArkeFly wegens een langdurige vertraging van vlucht OR 361 van Amsterdam naar Curaçao op 26 november 2008. De vlucht arriveerde met circa 18 uur vertraging, waardoor volgens eisers aanspraak bestaat op compensatie van €600 per persoon op grond van artikel 7 van Pro EU-Verordening 261/2004.
ArkeFly betwist de vordering en stelt onder meer dat de zoon meerderjarig was ten tijde van de procedure en eisers daarom niet bevoegd zijn namens hem op te treden. Tevens betwist ArkeFly dat compensatie verschuldigd is bij vertraging, verwijzend naar het IATA-arrest en het Verdrag van Montreal, en pleit voor niet-ontvankelijkheid of afwijzing.
De kantonrechter volgt het Sturgeon-arrest van het HvJ EU, waarin is bepaald dat compensatie ook bij langdurige vertraging van drie uur of meer verschuldigd is, tenzij sprake is van buitengewone omstandigheden. De kantonrechter verklaart eisers niet-ontvankelijk voor zover de vordering ziet op de zoon, die meerderjarig is. Voor de overige vorderingen wordt ArkeFly veroordeeld tot betaling van €1.200 plus wettelijke rente, en in de proceskosten.
De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: ArkeFly wordt veroordeeld tot betaling van €1.200 compensatie wegens langdurige vluchtvertraging, eisers niet-ontvankelijk voor vordering namens meerderjarige zoon.