ECLI:NL:RBSGR:2010:BQ1798
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring vreemdeling unieburger wegens onvoldoende motivering
Eiser, een Roemeense unieburger, verzocht om opheffing van zijn ongewenstverklaring die was opgelegd wegens eerdere strafrechtelijke veroordelingen. Verweerder wees dit verzoek af, stellende dat eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving, mede vanwege recidivegevaar.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet ambtshalve hoefde te toetsen aan het EG-criterium bij verkrijging van het unieburgerschap en dat het aan eiser was om opheffing te verzoeken. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had onderbouwd dat eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt, mede omdat de recente delicten minder ernstig waren en persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, en verbood uitzetting tot vier weken na dat nieuwe besluit. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van opheffing van de ongewenstverklaring wordt vernietigd en uitzetting wordt verboden tot een nieuw besluit is genomen.