ECLI:NL:RBSGR:2010:BQ1806
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortvarendheid en rechtmatigheid van bewaring en uitzettingshandelingen in vreemdelingenrecht
Eiseres is op 14 december 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de uitzettingshandelingen en haar niet tijdig heeft overgeplaatst naar het aanmeldcentrum (AC) voor de behandeling van haar asielaanvraag, ondanks dat zij direct bij inbewaringstelling asiel wilde aanvragen.
Verweerder voerde aan dat de bewaring rechtmatig was en dat er voldoende voortvarendheid was betracht, met een identiteitsgehoor op dag 1 en een vertrekgesprek op dag 7. De rechtbank oordeelde dat uit het dossier blijkt dat eiseres niet in het bezit was van een geldig reisdocument en dat zij voldoende Engels sprak om gehoord te worden. Hoewel verweerder niet volledig voortvarend was bij het tijdig overplaatsen naar het AC, was het geheel van handelingen voldoende om geen inbreuk op de vereiste voortvarendheid aan te nemen.
De rechtbank concludeerde dat de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig was opgelegd en uitgevoerd, en dat het beroep ongegrond is. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring en uitzettingshandelingen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.