ECLI:NL:RBSGR:2010:BQ2038
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A. Beijl
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep asielaanvragen wegens risico op doodstraf bij terugkeer naar Iran
Verzoekers, een Iraans gezin, dienden asielaanvragen in die door de Minister voor Immigratie en Asiel werden afgewezen. De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat verzoeker als eigenaar van een bedrijf dildo's produceerde en verspreidde, wat in Iran als pornografie wordt aangemerkt en bestraft kan worden met de doodstraf.
De rechtbank vond het relaas van verzoekers geloofwaardig, onder meer omdat de politie-inval en de arrestatie van de zakenpartner niet werden betwist. Verweerder kon niet aannemelijk maken dat verzoeker niet wordt gezocht door de Iraanse autoriteiten, mede gezien de illegale wijze van uitreis en de algemene situatie in Iran.
De rechtbank oordeelde dat het Vluchtelingenverdrag wel degelijk van toepassing is, ondanks de verdenking van een commuun delict, omdat het hier gaat om een strafbaar feit dat samenhangt met religieuze wetten en zware straffen kent. De beroepen van verzoekster en de minderjarige kinderen werden eveneens gegrond verklaard.
De rechtbank droeg verweerder op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak en gaf de suggestie om een onafhankelijke en grondige toetsing uit te voeren, rekening houdend met de situatie in Iran. De verzoeken om voorlopige voorziening werden afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de afwijzende besluiten op de asielaanvragen vanwege het reële risico op schending van artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Iran.