Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het opnemen en uitwisselen van zijn medische gegevens via de landelijke infrastructuur voor gegevensuitwisseling in de zorg. Na diverse correspondentie en bezwaarprocedures heeft verweerder met een brief van 27 oktober 2011 bevestigd dat de persoonsgegevens van eiser zijn vernietigd en dat nieuwe aanmeldingen zijn onmogelijk gemaakt.
De rechtbank overweegt dat, ondanks twijfel over de appellabiliteit van het besluit, verweerder feitelijk tegemoet is gekomen aan de bezwaren van eiser. Hierdoor heeft eiser bereikt wat hij met het bezwaar en beroep beoogde, waardoor hij geen belang meer heeft bij een beslissing op het beroep.
Eiser betoogde nog een principieel belang te hebben bij een uitspraak over de bevoegdheid van verweerder tot het opnemen en uitwisselen van gegevens, maar de rechtbank oordeelt dat de bestuursrechter alleen in concrete geschillen rechtsvragen beantwoordt. Omdat het geschil feitelijk is opgelost, is het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en wijst verdere proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter C. Fetter op 13 december 2011.