ECLI:NL:RBSGR:2011:BO9686
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsontnemende maatregel in terugkeerprocedure vreemdeling
De vreemdeling, met Iraakse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel in het kader van een terugkeerprocedure. De rechtbank heeft vastgesteld dat de gronden van de maatregel niet zijn betwist, maar dat de vreemdeling heeft aangevoerd dat een lichter middel volstaat, verwijzend naar de Terugkeerrichtlijn 2008/115/EG.
De rechtbank heeft overwogen dat artikel 15 van Pro de Terugkeerrichtlijn en de bijbehorende considerans dwingend voorschrijven dat bewaring alleen mogelijk is als minder dwingende middelen niet afdoende zijn. De beoordelingsruimte van de verweerder op dit punt is beperkt en moet door de rechtbank worden getoetst. Gelet op het feit dat het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielverzoek ongegrond is verklaard en de vertrektermijn ongebruikt is verstreken, en dat de vreemdeling niet meewerkt aan vrijwillige terugkeer ondanks hulp, is de maatregel gerechtvaardigd.
De rechtbank concludeert dat de verweerder terecht heeft geoordeeld dat niet met een lichter middel dan bewaring kon worden volstaan. Eerder was al een lichter middel, een meldplicht, opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.