ECLI:NL:RBSGR:2011:BP2576
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring Irakese asielzoeker na interim maatregel EHRM
Een Iraakse vreemdeling werd op 1 november 2010 in bewaring gesteld. Hij stelde dat zijn bewaring onrechtmatig was omdat een generieke interim measure van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van toepassing zou zijn, die uitzettingen tijdelijk opschortte. Verweerder stelde dat deze maatregel slechts van beperkte duur was en alleen individuele interim measures tot opheffing van bewaring leidden.
De rechtbank oordeelde dat de generieke interim measure uitzonderlijk en tijdelijk was, geldig tot 24 november 2010, en dat de bewaring van de vreemdeling niet onder deze maatregel viel. De rechtbank stelde vast dat een terugkeerbesluit aan de bewaring ten grondslag moet liggen, maar dat de rechtmatigheid van dat besluit in deze procedure niet wordt beoordeeld.
Verder bleek uit de stukken dat de vreemdeling zijn uitzetting belemmert door zijn gedrag, waardoor een lichter middel dan bewaring niet toereikend is. De rechtbank concludeerde dat de voortzetting van de bewaring niet onredelijk is en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.