ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0315
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige uitsluiting van KPN bij aanbesteding telecommunicatiediensten vaste net
In deze zaak staat centraal of de Staat KPN terecht heeft uitgesloten van een Europese aanbesteding voor telecommunicatiediensten over het vaste net. KPN werd uitgesloten omdat de OPTA had vastgesteld dat zij de non-discriminatieverplichting inzake informatieverstrekking had geschonden. De Staat trok daarop het voornemen tot gunning aan KPN in en wilde de opdracht aan Tele2 gunnen.
De voorzieningenrechter stelt dat in civielrechtelijke procedures moet worden uitgegaan van de formele rechtskracht van het OPTA-besluit. Desalniettemin oordeelt de rechter dat KPN ten onrechte is uitgesloten omdat de eis om te voldoen aan de vigerende regelgeving niet als uitsluitingsgrond was opgenomen in het Beschrijvend Document. Dit betekent dat de Staat een nieuwe, niet kenbare uitsluitingsgrond hanteert, wat in strijd is met het aanbestedingsrecht.
Verder is er geen sprake van rechtsverwerking door KPN en leidt het niet-nakomen van de 'Eigen verklaring omstandigheden' niet tot uitsluiting. Gelet op de vastgestelde overtreding door KPN kan niet worden uitgesloten dat er sprake was van verstoring van eerlijke concurrentie, zodat op basis van de huidige inschrijvingen niet rechtmatig kan worden gegund. De Staat wordt daarom bevolen het besluit tot voorlopige gunning aan Tele2 in te trekken. De Staat staat vrij om te heraanbesteden of de bestuursrechtelijke procedures af te wachten.
De proceskosten worden gecompenseerd omdat partijen op hoofdpunten in het ongelijk worden gesteld.
Uitkomst: De Staat wordt bevolen het besluit tot voorlopige gunning aan Tele2 in te trekken omdat KPN ten onrechte is uitgesloten.