ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1563
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid voortduren en verlenging vreemdelingenbewaring onder Terugkeerrichtlijn
Eiser, een Iraakse vreemdeling, is op 29 mei 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring en tegen het besluit van 14 december 2010 tot verlenging van de bewaringstermijn. De rechtbank onderzocht of het verlengingsbesluit een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was en concludeerde dat het slechts een mededeling betreft, waardoor zij niet bevoegd was hierover te oordelen.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring op grond van richtlijnconforme interpretatie van artikel 59 Vw Pro 2000 in beginsel niet langer dan zes maanden mag duren, met een mogelijke verlenging van maximaal twaalf maanden indien omstandigheden van artikel 15, zesde lid, van de Terugkeerrichtlijn zich voordoen. Verweerder stelde dat eiser onvoldoende meewerkte aan zijn uitzetting en dat de benodigde documenten uit Irak op zich lieten wachten, wat door de rechtbank werd bevestigd aan de hand van vertrekgesprekken en voortgangsgegevens.
Eisers betoog dat verweerder had moeten onderzoeken of een kortere verlenging mogelijk was, werd verworpen omdat de richtlijn dit niet vereist en eiser op elk moment de rechter kan verzoeken om opheffing van de bewaring. Ook het beroep op schending van artikel 5 EVRM Pro faalde wegens gebrek aan onderbouwing. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het verlengingsbesluit is niet-ontvankelijk.