ECLI:NL:RVS:2010:BO8075
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring ondanks medische zorgklachten op detentieboot
De vreemdeling werd op 24 augustus 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld en klaagde over onvoldoende medische zorg op de detentieboot te Zaandam. De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde dat de medische zorg ontoereikend was en beval de opheffing van de bewaring, tevens kende zij schadevergoeding toe.
De minister van Justitie stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank zich ten onrechte had gericht op de toepassing van het regime binnen de inrichtingscategorie in plaats van op de aanwijzing van de plaats voor de maatregel. Klachten over het regime, zoals medische zorg, vallen buiten het toetsingskader van artikel 94, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De Raad van State stelde vast dat de minister conform de vereiste waarborgen had gehandeld, met medische bezoeken en onderzoeken. Ook was de bewaring gerechtvaardigd gezien het ontbreken van identiteitspapieren, vaste woonplaats en middelen van bestaan. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.