ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1676
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.E. van Diepen
- R.H.G. Odink
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling wegens te laat uitgevaardigd terugkeerbesluit
Eiser, een vreemdeling van Palestijnse nationaliteit, werd op 30 december 2010 om 22.00 uur in bewaring gesteld. Op diezelfde dag werd om 22.30 uur een terugkeerbesluit tegen hem uitgevaardigd. Volgens artikel 15, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn kan een vreemdeling alleen in bewaring worden gesteld indien er een lopende terugkeerprocedure is, die begint met het uitvaardigen van een terugkeerbesluit zoals bepaald in artikel 6, eerste lid, van de richtlijn.
De rechtbank constateert dat het terugkeerbesluit in dit geval na de inbewaringstelling is uitgevaardigd, waardoor de voorwaarde voor inbewaringstelling niet was vervuld. Dit maakt de inbewaringstelling onrechtmatig vanaf het moment van plaatsing in bewaring.
De rechtbank verklaart het beroep van eiser gegrond, beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaring en veroordeelt de Staat der Nederlanden tot vergoeding van de door eiser geleden schade van €1220,-. Tevens worden de redelijke proceskosten van €874,- aan eiser toegekend.
Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending van de uitspraak.
De uitspraak benadrukt het belang van het strikt naleven van de voorwaarden voor inbewaringstelling in vreemdelingenzaken, met name de noodzaak van een voorafgaand terugkeerbesluit.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatige inbewaringstelling en eiser krijgt schadevergoeding en proceskosten toegekend.