ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1842
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring ondanks verstreken termijn Terugkeerrichtlijn
Eiser, een vreemdeling van Angolese nationaliteit, is op 24 maart 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen de voortzetting van zijn vrijheidsontneming nadat de maximale termijn van zes maanden volgens de Terugkeerrichtlijn was verstreken, en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat de inbewaringstelling rechtmatig was en dat de uitspraak van 13 april 2010, waarin dit werd bevestigd, rechtskracht heeft. Er waren geen nieuwe feiten die een lichtere maatregel rechtvaardigden. De voortgangsrapportage toonde aan dat de verwijdering van eiser met voldoende voortvarendheid werd nagestreefd.
De rechtbank stelde vast dat de Vreemdelingenwet 2000 geen maximale termijn voor bewaring bevat en dat de voortzetting van de bewaring niet in strijd is met de Terugkeerrichtlijn, omdat de situatie van eiser onder artikel 15, zesde lid van de richtlijn valt. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een expliciete bevoegdheidsgrondslag voor het verlengingsbesluit niet betekent dat de bewaring onrechtmatig is.
Ten slotte verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat geen omstandigheden aanwezig waren die een toewijzing rechtvaardigden.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.