ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1846
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid inbewaringstelling vreemdeling zonder risico op onderduiking
Eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, werd op 29 december 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat er geen risico op onderduiking bestond, omdat hij bezig was zijn terugkeer te regelen en zijn paspoort en vliegticket geregeld zouden worden. Tevens betoogde hij dat de Surinaamse autoriteiten geen vreemdelingen terugnemen vanuit bewaring.
De rechtbank constateerde dat de implementatietermijn van de Terugkeerrichtlijn was verstreken zonder implementatie in nationale wetgeving. Artikel 15 van Pro de richtlijn heeft geen rechtstreekse werking, en de nationale wetgeving dient richtlijnconform te worden geïnterpreteerd. De rechtbank oordeelde dat het criterium voor inbewaringstelling niet onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is en dat artikel 59 Vw Pro 2000 richtlijnconform moet worden uitgelegd.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen rechtmatig verblijf had, niet beschikte over identiteitsdocumenten, geen vaste woonplaats had, en verdacht werd van een misdrijf. Er was een ernstig vermoeden dat hij zich aan zijn uitzetting zou onttrekken. Verweerder werkte met voldoende voortvarendheid aan de verwijdering, inclusief aanmelding voor vrijwillige terugkeer via de IOM.
Gelet op deze omstandigheden oordeelde de rechtbank dat de inbewaringstelling rechtmatig was en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen omstandigheden waren die dit rechtvaardigden. De rechtbank zag ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.