ECLI:NL:RBSGR:2011:BP2165
Rechtbank 's-Gravenhage
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in vreemdelingenbewaringprocedure
Tijdens de behandeling van een vervolgberoep tegen vreemdelingenbewaring heeft de gemachtigde van verzoeker de behandelend rechter gewraakt. De wrakingskamer, samengesteld uit rechters van de rechtbank Maastricht, werd gevraagd te beoordelen of deze samenstelling bevoegd was en of er sprake was van onpartijdigheidsschending.
Verzoeker stelde dat de rechtbank ten onrechte het vervolgberoep naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had doorgezonden, waardoor hij geen toegang tot de rechter had gekregen, en dat de rechter de schijn van partijdigheid had gewekt door niet op zijn primaire grond in te gaan.
De wrakingskamer oordeelde dat de samenstelling bevoegd was op grond van wettelijke bepalingen en het wrakingsprotocol. De beslissing tot doorzending was een procedurele beslissing genomen vóór toewijzing aan de rechter en kon niet aan de rechter worden toegerekend. De rechter had niet geweigerd de primaire grond te behandelen, maar had de behandeling van het beroep voortgezet na toelichting van de gemachtigde.
Er was geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.