ECLI:NL:RBSGR:2011:BP2432
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.S.I. van Delden
- O.M. Harms
- R. van Zeijst - Repelaer van Driel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting ondanks tegen wil ondergane seksuele handelingen
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting op of omstreeks 10 oktober 2009. Hoewel de rechtbank aannemelijk achtte dat de benadeelde op enig moment tegen haar wil seksuele handelingen heeft ondergaan, was niet overtuigend bewezen dat verdachte haar daartoe heeft gedwongen in de zin van artikel 242 Wetboek Pro van Strafrecht.
De tenlastelegging omvatte gedragingen waarbij verdachte de benadeelde zou hebben gedwongen tot seksueel binnendringen door middel van geweld of andere feitelijkheden. De rechtbank constateerde echter dat geen geweld of bedreiging met geweld was toegepast en dat de dwang uitsluitend uit andere feitelijkheden moest blijken. De verklaringen van getuigen waren onvoldoende betrouwbaar en gebaseerd op persoonlijke interpretaties.
De rechtbank oordeelde dat het niet duidelijk was of verdachte zich bewust was van het overschrijden van de grenzen van de benadeelde en dat het opzet om tegen haar wil binnendringen niet overtuigend was bewezen. De verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. De inbeslaggenomen voorwerpen werden aan verdachte teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van verkrachting.