ECLI:NL:RBSGR:2011:BP2563
Rechtbank 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag uit Dagestan wegens onvoldoende bewijs van reëel gevaar
Eisers, afkomstig uit de Russische deelrepubliek Dagestan, vroegen asiel aan in Nederland. Verweerder weigerde de verblijfsvergunning omdat niet was aangetoond dat er sprake was van een uitzonderlijke situatie in Dagestan zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn, noch dat eiseres een reëel gevaar liep door haar aanwezigheid aldaar.
Eiseres stelde dat haar schoonzoon was vermoord door wahabisten en dat zij en haar kleinzoon bedreigd werden, maar kon haar verhaal onvoldoende onderbouwen met documenten of een consistente reisroute. Verweerder achtte het relaas ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van bewijsstukken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het relaas ongeloofwaardig vond en dat de situatie in Dagestan niet uitzonderlijk was. Het geweld richtte zich vooral op militairen en overheidspersoneel, niet op willekeurige burgers. Ook het traumabeleid werd door verweerder correct toegepast.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van het relaas en het ontbreken van een uitzonderlijke situatie in Dagestan.