ECLI:NL:RBSGR:2011:BP4412
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende wettelijke grondslag en toekenning schadevergoeding
Eiser is in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van meerdere gronden, waaronder het niet beschikken over een geldig identiteitspapier, het niet houden aan de vertrektermijn en onvoldoende middelen van bestaan. De rechtbank stelt vast dat slechts de grond "niet beschikken over een identiteitspapier" onder het criterium van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, van de Terugkeerrichtlijn kan worden geschaard. De overige gronden zijn onvoldoende onderbouwd en kunnen de bewaring niet dragen.
De rechtbank overweegt dat de bewaring van meet af aan onrechtmatig is, mede omdat de Terugkeerrichtlijn niet tijdig in nationale wetgeving is geïmplementeerd en het criterium van risico op onderduiken geen directe werking heeft. Ook is vastgesteld dat eiser zich aan zijn meldplicht heeft gehouden en beroep en voorlopige voorziening heeft ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
Verder oordeelt de rechtbank dat eiser zich niet heeft kunnen laten bijstaan door een tolk in de Nepalese taal, maar wel in het Engels is gehoord. De rechtbank kent eiser een schadevergoeding toe van in totaal €585,- voor de dagen van bewaring in politiecel en huis van bewaring. Daarnaast veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van €874,-. De bewaring is inmiddels opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, oordeelt dat de bewaring onrechtmatig was en kent een schadevergoeding van €585,- toe.