ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5646
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep niet-begeleide minderjarige vreemdeling tegen bewaring en terugkeermaatregel
Een niet-begeleide minderjarige vreemdeling werd op 8 februari 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze maatregel en het terugkeerbesluit. De staandehouding werd geacht rechtmatig te zijn vanwege een objectief redelijk vermoeden van illegaal verblijf, gebaseerd op politieonderzoek en omgevingsgegevens.
De gemachtigde van eiser voerde aan dat eiser mogelijk slachtoffer was van mensenhandel en daarom recht had op een bedenktijd. De rechtbank stelde vast dat een intake-gesprek op 9 februari 2011 geen aanwijzingen voor uitbuiting had opgeleverd, zodat geen nader onderzoek nodig was.
De rechtbank onderzocht of de bewaring in overeenstemming was met de Terugkeerrichtlijn en de Vreemdelingencirculaire 2000, met bijzondere aandacht voor de status van minderjarige vreemdelingen. Gezien het ontbreken van alternatieve opvang en de noodzakelijkheid van de maatregel achtte de rechtbank de bewaring gerechtvaardigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.