ECLI:NL:RVS:2010:BL7419
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid staandehouding en inbewaringstelling vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de inbewaringstelling van een vreemdeling onrechtmatig achtte en schadevergoeding toekende.
De vreemdeling was op 20 oktober 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld naar aanleiding van een politieonderzoek gestart op 1 juli 2009 gericht op mensensmokkel en mensenhandel. De vreemdeling werd staandegehouden op basis van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf, zoals vereist onder artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat de staandehouding onrechtmatig was omdat het proces-verbaal niet de data vermeldde waarop de informatie was verkregen. De Raad van State oordeelt echter dat deze data niet relevant zijn voor de rechtmatigheid van de staandehouding en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.
Verder oordeelt de Raad dat er geen grond is om aan te nemen dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ontbrak, ondanks het ontbreken van een geldig paspoort van de vreemdeling. Ook is geen sprake van onvoldoende voortvarendheid bij de voorbereiding van de uitzetting. Het beroep van de vreemdeling wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.