ECLI:NL:RBSGR:2011:BP6452
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel bewaring vreemdeling en zicht op uitzetting naar China
Eiseres, een Chinese vreemdeling, werd op 2 februari 2011 aangehouden wegens het niet kunnen tonen van een legitimatiebewijs en vervolgens in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde onder meer aan dat het zicht op uitzetting naar China ontbreekt en dat haar recht op rechtsbijstand is geschonden.
De rechtbank oordeelde dat de ophouding en bewaring rechtmatig waren toegepast, mede omdat eiseres geen rechtmatig verblijf in Nederland had. Het recht op rechtsbijstand was niet geschonden omdat eiseres geen bezwaar had tegen het horen zonder advocaat aanwezig. De rechtbank verwees naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd vastgesteld dat de Chinese autoriteiten bereid zijn een reisdocument te verstrekken indien de vreemdeling volledige en juiste informatie verstrekt.
Hoewel er sinds december 2010 geen contact meer was geweest op hoog ambtelijk niveau met de Chinese autoriteiten en geen laissez-passer was afgegeven, vond de rechtbank dit geen reden om te oordelen dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Eiseres had geen concrete persoonlijke feiten gesteld die uitsluiten dat het onderzoek binnen een redelijke termijn tot afgifte van een reisdocument leidt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.