ECLI:NL:RBSGR:2011:BP3163
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting Chinese vreemdeling
Eiser is op 17 juni 2010 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel en vorderde opheffing van de bewaring en schadevergoeding. De rechtbank onderzocht of de voortgezette bewaring sinds het vorige beroep gerechtvaardigd was.
De rechtbank constateerde dat er geen terugkeerbesluit voor eiser was genomen, maar dat dit niet onrechtmatig was omdat op het moment van inbewaringstelling de Terugkeerrichtlijn nog niet was geïmplementeerd. Wel stelde de rechtbank vast dat sinds mei 2010 geen beslissing van de Chinese autoriteiten was genomen op de ingediende laissez-passer-aanvragen en dat het overleg tussen Nederlandse en Chinese autoriteiten over de afgifte van deze documenten al zeven maanden zonder concrete vooruitgang duurde.
Gezien het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en het feit dat eiser niet op andere wijze dan via een laissez-passer kan worden uitgezet, oordeelde de rechtbank dat voortzetting van de bewaring vanaf 18 januari 2011 in strijd is met de wet. De bewaring werd onmiddellijk opgeheven en eiser kreeg een schadevergoeding van €320 toegekend, evenals vergoeding van proceskosten van €874.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring wegens ontbreken van zicht op uitzetting en kent schadevergoeding en proceskosten toe.