ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7284
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bouwvergunning voor serre wegens onevenredige nadelige gevolgen voor buren
De zaak betreft een beroep tegen een bouwvergunning en vrijstelling op grond van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) voor het vergroten van een woning met een serre aan de achterzijde. De vergunninghouder wilde een serre bouwen die deels in strijd was met het bestemmingsplan, waarvoor vrijstelling werd verleend. De buurvrouw, eiseres, stelde dat de uitbreiding de bezonning van haar zijtuin en zijgevel, waarin zich ramen van verblijfsruimten bevinden, aanzienlijk zou verminderen, wat haar belangen onevenredig schaadde.
De rechtbank oordeelde dat het bouwplan inderdaad in strijd was met het bestemmingsplan en dat de verleende vrijstelling niet in redelijkheid had mogen worden gegeven. De bezonning van de zijtuin van eiseres, die op het zuiden ligt en als buitenruimte van belang is, zou door de uitbreiding onevenredig worden aangetast. De belangenafweging door het college was onvoldoende zorgvuldig en leidde tot een besluit dat in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eerst moet worden onderzocht of de vergunninghouder bereid is het bouwplan aan te passen zodat de serre alleen aan de woonkamer grenst. Een dergelijke aanpassing zou binnen het bestemmingsplan passen en kan worden vergund. Indien de vergunninghouder niet bereid is tot aanpassing, moet het college de vrijstelling en bouwvergunning weigeren. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlening van de bouwvergunning en vrijstelling wordt vernietigd wegens onevenredige nadelige gevolgen voor de buurvrouw en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.