ECLI:NL:RBSGR:2011:BP8221
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling omzetbelasting voor diensten holding aan dochtermaatschappij financieel dienstverlener
Eiseres, een fiscale eenheid bestaande uit een holding en dochtermaatschappij, betwist de naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd door de Belastingdienst. De holding verricht werkzaamheden voor de dochtermaatschappij die optreedt als financieel dienstverlener en assurantietussenpersoon. De vraag is of deze prestaties kunnen worden aangemerkt als vrijgestelde diensten op grond van artikel 11, eerste lid, onderdelen j en k, van de Wet op de omzetbelasting 1968.
De rechtbank stelt vast dat de holding niet zelfstandig optreedt als assurantietussenpersoon en dat de feitelijke werkzaamheden door de directeur-grootaandeelhouder worden verricht. De holding ontvangt een vaste vergoeding van de dochtermaatschappij, ongeacht het succes van de werkzaamheden. De stelling van eiseres dat sprake is van onderaanneming of nauw samenhangende vrijgestelde diensten wordt niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat de vrijstelling niet van toepassing is op de prestaties van de holding aan de dochtermaatschappij. De naheffingsaanslag wordt daarom gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting gehandhaafd.