ECLI:NL:RBSGR:2011:BP8358
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bestuurder voor naheffingsaanslag loonheffing wegens ontbreken feitelijk bestuur
Eiser was formeel ingeschreven als bestuurder van een BV die loonheffing verschuldigd was over de periode 1 juli 2007 tot en met 31 december 2007. De Belastingdienst stelde eiser aansprakelijk voor onbetaald gebleven loonheffing over deze periode. Eiser voerde aan dat hij feitelijk geen bestuurder was en geen bestuurshandelingen verrichtte, omdat de feitelijke leiding bij een ander lag die hem had gevolmachtigd.
De rechtbank stelde vast dat het enkel op de inschrijving in het handelsregister aankomen niet beslissend is voor de aansprakelijkheid. Uit de feiten bleek dat eiser gedurende de betrokken periode niet als bestuurder functioneerde. De Belastingdienst kon niet aannemelijk maken dat eiser bestuurshandelingen had verricht. De melding van betalingsonmacht door de BV was niet tijdig, maar dit kon eiser niet worden toegerekend.
Gelet op artikel 36, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 kan een bestuurder slechts aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden die tijdens zijn feitelijk bestuur zijn ontstaan. Aangezien eiser feitelijk geen bestuurder was in de periode waarop de naheffingsaanslag betrekking had, was de aansprakelijkstelling onterecht. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard en de beschikking vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de aansprakelijkstelling van eiser wegens ontbreken van feitelijk bestuur.