ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9311
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motiveringsgebrek in asielprocedure Iraakse Turkmeen
Eiser, een Iraakse Turkmeen, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, welke werd afgewezen door verweerder. De rechtbank beoordeelde het beroep en constateerde dat verweerder het besluit onvoldoende had gemotiveerd, met name ten aanzien van de individuele klemmende redenen van humanitaire aard zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat hoewel verweerder de door eiser omschreven incidenten geloofwaardig achtte, het besluit op dit punt een deugdelijke motivering ontbeerde. Tevens werd vastgesteld dat verweerder niet had getoetst aan artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn, waardoor ook op dat onderdeel sprake was van een motiveringsgebrek.
De rechtbank gaf verweerder op grond van artikel 8:51a van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid het motiveringsgebrek te herstellen binnen een gestelde termijn. De rechtbank hield verdere beslissing aan en zal in de einduitspraak bepalen of de rechtsgevolgen van het besluit in stand kunnen blijven. Daarnaast werden andere beroepsgronden van eiser afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank constateert een motiveringsgebrek en geeft de minister de gelegenheid dit te herstellen, waarna een einduitspraak volgt.