ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9435
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens overschrijding maximale duur van zes maanden
Eiser verbleef sinds 22 december 2008 aaneengesloten in vrijheidsontneming, afwisselend in vreemdelingenbewaring en strafrechtelijke detentie. Bij de inbewaringstelling van 5 maart 2011 had hij reeds zes maanden op vreemdelingrechtelijke titel vastgezeten. Eiser stelde dat de bewaring onrechtmatig was omdat de Terugkeerrichtlijn een maximale duur van zes maanden voorschrijft, waarbij alle aaneengesloten perioden van vreemdelingenbewaring moeten worden opgeteld, ook als deze werden onderbroken door strafrechtelijke detentie.
Verweerder stelde dat de bewaring van 5 maart 2011 bepalend was voor de duur, en dat eerdere detenties niet meetelden. De rechtbank volgde echter eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de termijn van zes maanden niet opnieuw aanvangt na onderbrekingen door strafrechtelijke detentie en dat de bevoegdheid tot verlenging van bewaring na zes maanden ontbreekt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was en beval opheffing van de maatregel met ingang van 21 maart 2011. Tevens kende de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.280 voor 16 dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €874. De uitspraak werd gedaan door rechter Wilbers-Taselaar op 21 maart 2011.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring is onrechtmatig en wordt opgeheven met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.