ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0657
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verlenging van bewaring vreemdeling na zes maanden volgens Terugkeerrichtlijn
Eiser, een Eritrese vreemdeling, werd op 15 april 2010 in bewaring gesteld. Verweerder verlengde de bewaring op 14 december 2010 met twaalf maanden, ingaande op 15 september 2010. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en tegen deze verlengingsbeslissing. De rechtbank oordeelde dat de verlengingsbeslissing een vrijheidsontnemende maatregel is die gelijkgesteld wordt met een besluit waartegen beroep openstaat.
De rechtbank stelde vast dat de Terugkeerrichtlijn een maximale bewaringsduur van zes maanden voorschrijft, met een mogelijke beperkte verlenging van maximaal twaalf maanden onder strikte voorwaarden. Deze richtlijn was niet tijdig geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving, en artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 biedt geen expliciete bevoegdheid om de bewaring na zes maanden te verlengen. Hierdoor is de verlenging van de bewaring na 25 december 2010 onrechtmatig.
De rechtbank verwierp het beroep tegen het voortduren van de bewaring tot 25 december 2010 omdat er een redelijk vooruitzicht op verwijdering bestond en de belangenafweging rechtmatig was. Tegen de verlengingsbeslissing vanaf die datum werd het beroep gegrond verklaard. De rechtbank kende een schadevergoeding toe voor 18 dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Hoger beroep staat open tegen dit vonnis.
Uitkomst: De verlenging van de bewaring na zes maanden is onrechtmatig verklaard en de bewaring is per 12 januari 2011 opgeheven met toekenning van schadevergoeding.