ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9496
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens opgeheven bewaring en toegekende schadevergoeding
Eiser werd op 3 februari 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De bewaring werd op 9 februari 2011 opgeheven en eiser kreeg volledige schadevergoeding toegekend.
De rechtbank onderzocht of eiser nog belang had bij de behandeling van het beroep. Eiser stelde dat de bewaring onrechtmatig werd voortgezet na 8 februari 2011, ondanks dat hij toen over een geldig reisdocument en een vliegticket beschikte en te kennen had gegeven Nederland te willen verlaten. Hij betoogde dat dit voortduren het gevolg was van een beleidsmatige opzet van verweerder.
De rechtbank oordeelde dat het laten voortduren van de bewaring na 8 februari 2011 het gevolg was van een onjuiste interpretatie van artikel 59, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, maar dat er geen sprake was van beleidsmatige opzet. Nu de bewaring was opgeheven en volledige schadevergoeding was toegekend, had eiser geen belang meer bij het beroep. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de bewaring is opgeheven en volledige schadevergoeding is toegekend.