ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9714
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
Eiseres, afkomstig uit Mogadishu, Somalië, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees de aanvraag af omdat het asielrelaas grotendeels gebaseerd zou zijn op vermoedens, aannames en verklaringen van derden, en omdat eiseres geen reis- en identiteitsdocumenten had overgelegd. Tevens werd het beroep op artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ernstige mensenrechtenschendingen.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat delen van het asielrelaas op vermoedens berusten, niet automatisch tot het ontbreken van positieve overtuigingskracht leidt. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom de vermoedens geen voldoende realiteitsgehalte zouden hebben. Ook werd geoordeeld dat het ontbreken van harde bewijzen bij vermoedens niet tegen eiseres kan worden gebruikt.
Verder werd het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard, nu verweerder inmiddels een besluit had genomen. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en droeg op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Het beroep werd gegrond verklaard wegens schending van het motiveringsvereiste.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.