ECLI:NL:RVS:2008:BC3235
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geloofwaardigheid asielrelaas bij intrekking verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie heeft op 31 oktober 2006 een aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel ingetrokken. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de beoordeling van het asielrelaas en de vraag of het realiteitsgehalte van de door de vreemdeling aan de feiten ontleende vermoedens bij de beoordeling van de positieve overtuigingskracht betrokken mag worden. De vreemdeling stelde dat hij niet hoefde aan te tonen dat zijn vermoedens, zoals dat een klant een terrorist zou zijn, daadwerkelijk kloppen.
De Raad van State oordeelt dat de minister terecht het realiteitsgehalte van de vermoedens heeft betrokken bij de beoordeling van het asielrelaas. Van de vreemdeling mag worden verwacht dat hij zijn vermoedens concretiseert en onderbouwt. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning gehandhaafd.