ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9761
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bezwaar tegen inkomensregistratie in huurtoeslagzaak
Eiser maakte bezwaar tegen de definitieve vaststelling van zijn huurtoeslag over 2008, waarbij het toetsingsinkomen door de Belastingdienst was vastgesteld op €13.370. Na een eerdere procedure waarbij het bezwaar ongegrond werd verklaard, stelde eiser opnieuw beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de bevoegdheid van de Belastingdienst Centrale Administratie (B/CA) om het inkomensgegeven te registreren en vast te stellen. Volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 is B/CA mede belast met de uitvoering van de basisadministratie inkomen, en is het inkomensgegeven gelijkgesteld aan een voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur.
Tijdens de zitting bracht eiser geen nieuwe gronden aan om aan te tonen dat het geregistreerde basisinkomen onjuist was. De rechtbank stelde vast dat het geregistreerde inkomen bestond uit een uitkering van de Sociale Verzekeringsbank van €12.664 en een pensioenbijdrage van €706, wat overeenkomt met het door de Belastingdienst gehanteerde toetsingsinkomen.
Gezien het ontbreken van bewijs voor onjuistheid verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het bezwaar af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de inkomensregistratie voor huurtoeslag 2008 wordt ongegrond verklaard.