ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ1518
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- A. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging verblijf en ongewenstverklaring EU-burger wegens veelvuldige winkeldiefstal
Verzoeker, een Poolse EU-burger, werd geconfronteerd met een besluit tot beëindiging van zijn verblijf en een ongewenstverklaring vanwege zijn veelvuldige veroordelingen voor winkeldiefstal en openbare dronkenschap.
Verweerder baseerde het besluit op artikel 27 van Pro Richtlijn 2004/38, waarbij het gedrag van verzoeker een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving zou vormen. Verzoeker betwistte dit en stelde dat de aard en ernst van de misdrijven onvoldoende waren voor verblijfsbeëindiging en dat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel het gedrag van verzoeker een actuele en werkelijke bedreiging vormde, verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat deze bedreiging ook voldoende ernstig was. De opgelegde straffen en het strafrechtelijk beleid wezen niet op een ernstige bedreiging. Gezien de vergaande inbreuk op fundamentele rechten werd het besluit geschorst.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van het verblijf en ongewenstverklaring van verzoeker wordt geschorst wegens onvoldoende motivering van de ernst van de bedreiging.