ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2573
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onjuiste kwalificatie overeenkomsten als geldlening
Eosta vordert betaling van €300.000 plus rente en kosten van verschillende gedaagden, stellende dat het gaat om overeenkomsten van geldlening. De gedaagden betwisten hun partij zijn bij deze overeenkomsten en de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van het toepasselijke Nederlandse recht en de uitvoering van de verbintenis in Nederland.
De rechtbank stelt vast dat de overeenkomsten, waaronder een document van 22 november 2006, niet als zuivere geldlening kunnen worden gekwalificeerd omdat terugbetaling deels in natura via fruitleveringen plaatsvindt. Dit betekent dat het hier feitelijk koopovereenkomsten of gemengde overeenkomsten betreft. Eosta heeft onvoldoende feiten gesteld om de vordering op basis van wanprestatie te onderbouwen.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt Eosta in de proceskosten. Tevens wordt de vordering van de gedaagde inzake onbevoegdheid van de Nederlandse rechter afgewezen. De rechtbank wijst erop dat zij niet kan oordelen over de bewijslevering omtrent de totstandkoming van de overeenkomsten, dit is voorbehouden aan de bevoegde rechter in de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Eosta af wegens onjuiste kwalificatie van de overeenkomsten als geldlening.